Conservatie

Het is niet omdat men Zwarte bijen houdt dat men ook de Zwarte bij beschermt, “houden” en “beschermen” zijn 2 zeer verschillende zaken. Enkel wie Zwarte bijen houdt welke verbonden zijn aan een lokale populatie draagt ook werkelijk bij aan de bescherming oftewel conservatie. Onze strategie bestaat er daarom uit te starten met een basis Zwarte bijen uit de populatie van Chimay en deze basis vervolgens te laten evolueren tot een Limburgse populatie, vervolgens kan dit uitgebreid worden naar andere regio’s. Daarbij zullen binnen diezelfde populatie 2 genetische stocks worden opgebouwd: een sterk geselecteerde stock voor de doorsnee hobby-imker en een zo min mogelijk geselecteerde stock voor de conservatie. Die laatste is de back-up voor het natuurlijke evolutieproces en zal ooit hopelijk kunnen dienen om weer Zwarte bijen in het wild te introduceren; maar vooraleer dat mogelijk is, is er nog veel werk aan de winkel (denk maar aan het vermijden van hybridisatie).

De keuze voor de populatie van Chimay ligt in het gegeven dat zij zich het dichtstbij bevindt en dus het best geadapteerd is aan onze klimaats- en drachtomstandigheden. Bovendien speelt ook het gegeven dat deze populatie opnieuw Vlaanderen zou kunnen koloniseren moesten honingbijen de dag van vandaag nog hun natuurlijke voortplantingsstrategie (zwermen) kunnen volgen; zwermen zijn bij de meeste imkers echter niet geliefd daar de honingproductie hierdoor daalt en wordt dus vermeden via kunstmatige ingrepen.

chimay

Een van onze leden op het bevruchtingsstation in Chimay (© Dylan Elen)

Om zulk een Limburgse populatie te bekomen is het noodzakelijk dat de koninginnen die voortkomen uit onze startbasis kunnen paren met uitsluitend darren welke eveneens uit deze startbasis afkomstig zijn. Dat is niet evident gezien er daarvoor nood is aan een locatie waar binnen een straal van enkele km geen bijenvolken van uitheemse of hybride-origine mogen voorkomen, want dat brengt risico op kruisingen, en dus genetische pollutie, met zich mee. Eens zo een locatie gevonden kan er een bevruchtingsstation opgesteld worden.

Bevruchtingsstations zijn er in alle soorten en maten, op het vasteland spreekt men van een landbevruchtingsstation. Het werkingsprincipe stelt dat men op een bepaalde locatie de bevruchtingskastjes, welke gevuld met maagdelijke koninginnen van een specifieke ondersoort, van de deelnemende imkers opstelt én dat er rondom die bepaalde locatie een perimeter wordt opgesteld waarbinnen enkel met diezelfde specifieke ondersoort geïmkerd mag worden. Die perimeter heeft als doel het vermijden van kruisingen met darren van een andere ondersoort of hybride. Voor de reeds bestaande bevruchtingsstations in Vlaanderen, welke vooral bedoeld zijn voor de Carnicateelt, is die perimeter van niet zo’n groot belang daar toch het merendeel van de Vlaamse imkers met de Carnicabij werkt.

chimay beschermingszone

Beschermingszone te Chimay (© Mellifica)

Bij de opbouw van een Vlaams bevruchtingsstation voor Zwarte bijen is die perimeter dus wél levensbelangrijk zijn, momenteel zijn er gelukkig wel enkele gebieden met een sterk potentieel (zie Paringsstand). De populatie Zwarte bijen te Chimay is in dat opzicht goed beschermd doordat men op het grondgebied van Chimay sinds 2004 bij gemeentelijke wet enkel en alleen met Zwarte bijen mag imkeren.