Drachtkalender

Bloemetjes voor de bijtjes

Honingbijen en andere pollinatoren (zoals solitaire bijen, hommels, vlinders, …) zijn onlosmakelijk verbonden met planten, ze hebben elkaar nodig om te kunnen overleven. Zo zorgen planten voor de voedselvoorziening van deze pollinatoren en zorgen deze laatsten op hun beurt weer voor de bestuiving van de bloemen van de planten. Wie pollinatoren wil helpen doet er dus goed aan om de juiste planten in de tuin te zetten.

Deze drachtkalender (downloadbaar) telt maar liefst 139 plantensoorten. Al deze plantensoorten zijn, op enkele niet-invasieve archeofyten na, inheems in België. Het motto van ZwarteBij.org luidt niet voor niets Bescherm inheems natuurerfgoed, dat erfgoed gaat verder dan enkel onze Zwarte bij. In de natuur is alles verbonden met elkaar, daarom vindt ZwarteBij.org het belangrijk om verder te kijken dan enkel de relatie pollinator – plant. Door te kiezen voor inheemse plantensoorten zullen ook tal van andere inheemse diersoorten, zoals onze prachtige zangvogels, erop vooruit gaan. Voor meer info omtrent inheemse tuinplanten kan u terecht bij Plant van Hier en Natuurpunt Limburg, info over (alternatieven voor) invasieve exoten is te vinden bij AlterIAS.

De drachtkalender kan enerzijds een idee geven van welke plantensoorten men kan zetten om voedselarme periodes aan te rijken en anderzijds een idee geven van de plantensoorten waarop Zwarte bijen an andere pollinatoren op een bepaald moment mogelijks foerageren. Het Excelformaat geeft imkers daarnaast de mogelijkheid om, nadat ze de planten in hun buurt in kaart gebracht hebben, makkelijk een aangepaste drachtkalender te maken voor hun eigen streek. Om een idee te krijgen van het drachtgebied van een bijenstand kan men hier terecht.

Verder wil ZwarteBij.org ook benadrukken dat imkers in rekening moeten brengen dat hun honingbijen niet de enige bestuivers zijn die in de buurt van de bijenstand hun voedsel moeten gevonden krijgen. Daarom raadt ZwarteBij.org aan om 1) gegeven de lokale omstandigheden, maximaal 4 tot 6 bijenkasten per bijenstand te plaatsen; 2) verschillende bijenstanden (als men de bedoeling heeft zijn bijenkasten te spreiden over verschillende locaties) voldoende ver uit elkaars buurt in te richten en 3) een extensieve imkerstrategie te volgen.  Dit staat in schril contrast met hoe binnen de “klassieke imkerij” bijenstanden “gerund” worden, maar zodoende wordt de voedselcompetitie tussen honingbijen en andere pollinatoren zo laag en acceptabel mogelijk gehouden.