Zwarte bij gespot?

De Westerse honingbij (Apis mellifera) is een insectensoort welke heel divers is en tegenwoordig, door verspreiding door kolonisten, over zo goed als de gehele Aarde terug te vinden is. Momenteel worden er binnen deze soort 26 ondersoorten onderscheiden, daarvan is de Zwarte bij (Apis mellifera mellifera), ook wel Mellifera genoemd, de ondersoort welke van nature noordelijk Europa als habitat heeft. Zij is met andere woorden de énige honingbij inheems in België en Nederland.

Hoe herken je een Zwarte bij?

Elke ondersoort heeft een specifiek uiterlijk waardoor deze onderscheiden kan worden. Dit worden de fenotypische kenmerken genoemd. Zoals je op de foto’s en in de tabel hieronder kan zien, wordt een Zwarte bij gekenmerkt door een zwart pantser, een bruine tot zwarte haarkleur, smalle viltbandjes (haarbandjes op de rug) en een stomp achterlijf.  

Boven v.l.n.r. Carnica (© Buckfastlab), Buckfast (© De Valksche Bijenhof). Onder Mellifera (© Dylan Elen)

Morfologisch kenmerk Carnica Buckfast Mellifera
Pantserkleur zwart zwart met oranje band zwart
Haarkleur grijs grijs bruin
Breedte viltbandjes breed breed smal
Vorm achterlijf scherp scherp stomp

Naast bovenstaande kenmerken die relatief eenvoudig met het blote oog te zien zijn, is ook de tonglengte, de haarlengte, … en zelfs het patroon van de vleugeladers specifiek per ondersoort. De kwantitatieve studie van fenotypische kenmerken wordt morfometrie genoemd. Onderstaande foto geeft een idee van hoe de locatie van vleugeladerknooppunten verschilt per ondersoort. Het knooppunt in rood omcirkeld bepaalt zo mee de cubitaalindex, let erop hoe dit zich bij de Zwarte bij eerder centraal bevindt tussen de knooppunten links en rechts ervan, terwijl het zich bij de Carnicabij eerder rechts bevindt.

Bovenaan rechtervoorvleugel van werkster Zwarte bij, onderaan rechtervoorvleugel van werkster Carnicabij.

DNA-analyse

Naast deze fenotypische kenmerken kan de Zwarte bij ook onderscheiden worden van de andere ondersoorten op basis van haar DNA, dit worden de genotypische kenmerken genoemd. Ieder levend wezen heeft een unieke DNA-sequentie die haar eigenschappen bepaald, hoe meer verwant de organismen zijn hoe meer de DNA-sequenties op elkaar gelijken. DNA-sequenties die uniek zijn voor een bepaalde ondersoort, bijvoorbeeld voor de Zwarte bij, kunnen gebruikt worden ter identificatie. Deze DNA-analyses kunnen momenteel enkel uitgevoerd worden in labo’s met speciale apparatuur.

Recent wetenschappelijk inzicht

Een DNA-analyse kan niet alleen gebruikt worden om het onderscheid te maken tussen verschillende ondersoorten maar ook om de zuiverheid binnen een ondersoort te onderzoeken. Sinds de jaren ’90 wordt er geregeld onderzoek verricht naar de Zwarte bij in het kader van conservatie. Daarbij wordt onder meer getracht de genetische pollutie in kaart te brengen. Jammer genoeg heeft men moeten vaststellen dat het aantal noemenswaardig genetisch zuivere populaties bedroevend laag is. Veelal is de oorzaak hiervan dat de resterende populaties onvoldoende beschermd zijn tegen hybridisatie doordat de regio’s waarin zij gesitueerd zijn vaak omgeven zijn door imkers welke met uitheemse honingbijen of hybride-honingbijen (Buckfast of bastaarden) imkeren.

Internationaal onderzoek van onder meer Lionel Garnery* en Alice Pinto** heeft aangetoond dat de populaties van Chimay en Texel, waaruit Zwartebij.org haar teeltmateriaal betrekt, een uitzonderlijk hoge graad van genetische zuiverheid vertonen. Het feit dat er nog maar weinig noemenswaardig zuivere populaties bestaan maakt op een pijnlijke manier duidelijk dat het hoog tijd is om nieuwe populaties op te richten zoals ZwarteBij.org tracht te doen.

Genetische zuiverheid bij ZwarteBij.org

Aangezien genetische zuiverheid centraal staat binnen conservatie wordt deze ook binnen ZwarteBij.org gecontroleerd. Zo werden er ondertussen al DNA-analyses van koninginnen, bevrucht op onze Belgische paringsstand, uitgevoerd, met bijzonder gunstige resultaten. Samen met de morfologische en morfometrische keuring, die we standaard gebruiken om de zuiverheid van onze Zwarte bijen te controleren, willen we hiermee genetische pollutie door hybridisatie met invasieve exoten zoals Carnica en Buckfast opsporen om deze te elimineren uit de populatie. Die pollutie vormt immers een zeer groot risico voor het behoud van onze inheemse Zwarte bij.

Werksters die verzameld worden om de zuiverheid van de paring van hun koningin te achterhalen, worden opgeslagen in ethanol totdat de DNA-extractie plaats heeft.

*Garnery, L., Franck, P., Baudry, E ; Vautrin, D., Cornuet, Jm. & Solignac, M. (1998). Genetic diversity of the west European honey bee (Apis mellifera mellifera and A. m. iberica). II. Microsatellite loci. Genetics Selection Evolution, Dec 15 Suppl 1, pp. S49-S74

**Pinto, M. A., Henriques, D., Chávez-Galarza, J., Kryger, P., Garnery, L., Van Der Zee, R., Dahle, B., Soland-Reckeweg, G., De La Rúa, P., Dall’ Olio, R., Carreck, N. & Johnston, J. S. (2014). Genetic integrity of the Dark European honey bee ( Apis mellifera mellifera ) from protected populations: a genome-wide assessment using SNPs and mtDNA sequence data. Journal of Apicultural Research, Vol.53(2), p.269-278